20 Elul – 6 september 2023

“Jullie hebben hun gruwelen en hun afschuwelijke afgoden van hout en steen, van zilver en goud gezien, die bij hen waren.”

Als deze afgoden zo weerzinwekkend zijn, hoe zou iemand er dan zelfs maar aan kunnen denken om ze te aanbidden? Waarom moet Mozes het volk in de volgende verzen waarschuwen om dit niet te doen?

Volgens de Alshich HaKadosh moet dit vers in twee delen worden opgevat. 'Hout en steen' verwijzen naar de afschuwelijke afgoden; maar 'zilver en goud' verwijzen naar de Mensen die die afgoden aanbidden.

Natuurlijk zouden zielige afgoden van hout en steen geen enkele aantrekkingskracht uitoefenen. Maar de Israëlieten zouden wel "het zilver en goud dat zij bezitten" opmerken – de rijkdom en voorspoed van de afgodendienaars. Hier zou de kwade neiging het volk kunnen verleiden te denken dat de rijkdom van deze mensen voortkwam uit hun afgoderij. Deze mogelijke verleiding baarde Mozes zorgen, en daarom waarschuwde hij het volk voor deze list van de kwade neiging.


Door Rabbijn Michael Skobac

© Copyright, alle rechten voorbehouden. Als je dit artikel leuk vond, moedigen we je aan om het verder te verspreiden.

Onze blogs kunnen tekst/quotes/verwijzingen/links bevatten die auteursrechtelijk beschermd materiaal bevatten van Mechon-Mamre.org, Aish.nl, Sefaria.org, Chabad.orgen/of VraagNoah.orgdie we gebruiken in overeenstemming met hun beleid.