“En zij (de twee Hettitische vrouwen met wie Esau getrouwd was) waren een bron van bitterheid voor Isaak en Rebekka.” (Genesis 26:35)
De Midrasj merkt op dat de bron van de onrust lag in het feit dat deze vrouwen afgoden aanbaden.
De Midrasj wijst ook op een interessant detail in het vers. Er staat niet dat ze een bron van bitterheid waren voor Isaak en Rebekka, maar dat ze een bron van bitterheid waren voor Isaak én voor Rebekka.
Op basis hiervan leert de Midrasj dat Isaak eerst werd geprovoceerd en pas daarna Rebekka. De Midrasj verklaart dit doordat Rebekka opgroeide in een gezin van afgodendienaars, terwijl Isaak opgroeide in het gezin van Abraham.
Rabbi dr. Abraham Twerski trekt hier een belangrijke les uit. Rebecca woont al jaren niet meer bij haar vader, maar omdat ze in haar jeugd met afgoderij in aanraking is gekomen, is ze er minder door afgestoten. De ergste vormen van geweld of onzedelijkheid kunnen minder weerzinwekkend worden als we er in onze jeugd regelmatig mee geconfronteerd worden.
Door Rabbijn Michael Skobac
© Copyright, alle rechten voorbehouden. Als je dit artikel leuk vond, moedigen we je aan om het verder te verspreiden.
Volg de link voor meer "Verzen uit Tenach".
Meer van rabbijn Michael Skobac