“Na deze gebeurtenissen zei iemand tegen Jozef: Zie, uw vader is ziek…” (Genesis 48:1).
Volgens de Talmoed (Baba Metzia 87a) bestond er tot aan Jakob geen ziekte. Toen bad Jakob dat mensen ziek zouden worden voordat ze stierven, en ziekte ontstond. Vóór Jakobs gebed hadden mensen geen enkel voorgevoel dat hun leven ten einde liep. Nu zouden ze de kans krijgen om hun zaken op orde te brengen. Onze wijzen leren dat mensen vroeger slechts hoefden te niezen en hun ziel zou sterven. verlaten hun lichaam. Dit is de oorsprong van de gewoonte om mensen een lang leven toe te wensen wanneer ze niezen.
Toen God echter aan Abraham verscheen (Genesis 18:1), legt Rashi uit dat dit was om de zieken te bezoeken na zijn besnijdenis. Blijkbaar waren mensen dus al ziek vóór Jakob. Sefer Itturei Torah antwoordt hierop dat er vóór Jakob geen dodelijke ziekten bestonden, maar dat mensen wel gewond raakten. Abrahams herstel was te danken aan de wond van zijn besnijdenis, niet aan een ziekte.
Door Rabbijn Michael Skobac
© Copyright, alle rechten voorbehouden. Als je dit artikel leuk vond, moedigen we je aan om het verder te verspreiden.
Onze blogs kunnen tekst/quotes/verwijzingen/links bevatten die auteursrechtelijk beschermd materiaal bevatten van Mechon-Mamre.org, Aish.nl, Sefaria.org, Chabad.orgen/of VraagNoah.orgdie we gebruiken in overeenstemming met hun beleid.