בס"ד

Voordat Mozes een leider van het Joodse volk was, was hij een herder. De Midrasj vertelt hoe op een dag, terwijl Mozes de runderen van Jethro hoedde in de Sinaïwoestijn, een lammetje wegliep van de kudde. Mozes achtervolgde het tot het bij een bron kwam en begon te drinken. Toen Mozes het lammetje had ingehaald, riep hij: "Ik wist niet dat je dorst had!" Hij nam het lammetje in zijn handen en bracht het terug naar de kudde. God zei: "Jij bent barmhartig in het hoeden van schapen – zo zul je ook voor mijn kudde, het volk van Israël, zorgen." Naast het aantonen van Mozes' mededogen, bevat dit voorval nog een belangrijke les: Mozes besefte dat het lammetje niet uit boosaardigheid of kwaadwilligheid van de kudde was weggelopen – het had gewoon dorst. Wanneer een Jood afdwaalt van zijn volk, God verhoede het, is dat alleen omdat hij dorst heeft. Zijn ziel zoekt naar zingeving, maar het water van de Tora ontgaat hem. Dus dwaalt hij rond in vreemde gebieden, op zoek naar les voor zijn dorst. Toen Mozes dit begreep, was hij klaar om een leider van het Joodse volk te worden. Alleen een herder die niet overhaast oordeelt over het weggelopen lam, die oog heeft voor de redenen van zijn verdwalen, kan het genadig in zijn armen nemen en terug naar huis brengen.

Door Rabbi Tuvia Serber

Bronnen:

Bnei Noaj-App

© Copyright, alle rechten voorbehouden. Als je dit artikel leuk vond, moedigen we je aan om het verder te verspreiden.

Onze blogs kunnen tekst/quotes/verwijzingen/links bevatten die auteursrechtelijk beschermd materiaal bevatten van Mechon-Mamre.org, Aish.nl, Sefaria.org, Chabad.orgen/of VraagNoah.orgdie we gebruiken in overeenstemming met hun beleid.