בס"ד
De YouTube-lezingenreeks "Hoe eenzaam de stad zit" is gebaseerd op een chassidische redevoering van de Rebbe Rashab, Rabbi Shalom DovBer, de vijfde Rebbe van Lubavitch. Deze reeks onderzoekt Gods verlangen om Zichzelf te openbaren in de fysieke wereld, zoals oorspronkelijk ervaren in Gan Eden (de Hof van Eden), de Tabernakel en later de Tempel. Op deze heilige plaatsen kon de mensheid Gods wezen direct ervaren.
Het werk van de mensheid in Gan Eden, de Tabernakel en later de Tempel was om een extra openbaring van Gods aanwezigheid toe te voegen aan de reeds gegeven openbaring. Dit betekent dat deze heilige plaatsen van nature een bepaald, door God gegeven niveau van spirituele openbaring bevatten. Het werk van de mens bestond erin om die openbaring aan te vullen door Gods geboden te vervullen. Vanuit Gan Eden, de Tabernakel en later de Tempel verspreidde deze openbaring van God zich over de hele wereld, waardoor elke hoek van de wereld automatisch werd verfijnd en doordrenkt met Zijn aanwezigheid.
Na Adams zonde veranderde zijn taak echter. Ongehoorzaamheid aan Gods geboden leidde tot verbanning, waardoor de mensheid uit Gods aanwezigheid werd verdreven. Adam was niet langer geschikt om in Gan Eden te leven en werd daarom verdreven. Bovendien werd hij naar alle uithoeken van de wereld gestuurd om ze te zuiveren en geschikt te maken voor de openbaring van God. Dit betekent dat vóór Adams zonde de wereld automatisch gezuiverd werd, maar dat dit nu door de mens zelf moest gebeuren.
In deze ballingschap kan de mensheid Gods wezen niet rechtstreeks manifesteren zoals voorheen. Zelfs na het ontvangen van de Torah leidt het naleven van de geboden niet tot dezelfde openbaring als in Gan Eden. In plaats daarvan is het de taak om de wereld te zuiveren, zodat Gods aanwezigheid opnieuw geopenbaard kan worden.
Dit verfijningsproces vindt plaats door het naleven van de Torah en de mitswot (geboden), de 613 geboden voor Joden en de 7 Noachitische wetten en hun implicaties voor niet-Joden.
De vergelijking met Klaagliederen hoofdstuk 1:1-4, waarin Jeruzalem na de verwoesting wordt beschreven als een eenzame en verlaten stad, illustreert het concept van ballingschap als een tijd van 'duisternis'. Deze duisternis verwijst niet naar de intrinsieke aard van de mensheid, maar naar de afwezigheid van goddelijk licht dat de wereld verlicht. In deze context impliceert ballingschap niet dat iemand inherent 'duister' is, maar eerder dat de wereld in duisternis gehuld is door het gebrek aan goddelijke openbaring.
Dit zien we ook in Hooglied 1:6, het vers: "Kijk mij niet aan omdat ik donker van huidskleur ben, omdat de zon op mij heeft geschenen. De zonen van mijn moeder hebben ruzie met mij gemaakt, zij hebben mij de wijngaarden laten bewaken; mijn eigen wijngaard heb ik niet bewaakt." Dit vers biedt een treffende metafoor. Hier verwijst "zwart" metaforisch naar de verminderde zichtbaarheid van Hashem (God) tijdens de ballingschap, vergelijkbaar met het afnemende licht van de zon. Het Joodse volk, vergeleken met de maan die het zonlicht weerkaatst, worstelt om Hashems licht te weerkaatsen in een wereld waar Zijn aanwezigheid minder voelbaar is.
Het Joodse volk heeft in het bijzonder de opdracht gekregen om de wereld in hoge mate te zuiveren door middel van de 613 geboden van de Tora. Met Matan Tora, de overhandiging van de Tora aan het Joodse volk, werden zij in staat gesteld dit zuiveringswerk te verrichten (hoewel, zoals gezegd, niet in dezelfde mate als vóór de zondeval van de mens).
Omdat de nieuwe taak om elk deel van de wereld (na de zondeval) te zuiveren aan Adam, de eerste mens, werd gegeven en hij de wereld in werd gestuurd om dit te doen, geldt dit voor de hele mensheid. Niet-Joden verrichten deze zuivering niet op dezelfde manier als Joden, die dit doen met 613 geboden. Integendeel, door een leven te leiden volgens de zeven Noachitische geboden en hun implicaties, verheffen zij elk deel van de wereld. Deze opdracht blijft relevant en geldig voor alle mensen. De Torah biedt richtlijnen en een moreel kompas dat alle mensen kunnen gebruiken om bij te dragen aan het streven naar een verfijnde en rechtvaardige wereld, waarin de aanwezigheid van God zich kan manifesteren. In plaats van zich te laten leiden door materiële verlangens en afleidingen, moeten zij leren vertrouwen op God en zich richten op een leven dat gewijd is aan Zijn dienst. Deze les is niet alleen relevant voor Joden, maar ook voor Noachieten, die geroepen zijn om te leven volgens de zeven Noachitische wetten die God hen heeft gegeven. In beide gevallen spoort het vers mensen aan hun aandacht te richten op God, de bron van alle zegeningen, in plaats van zich te verliezen in wereldse bezigheden.
Door Angelique Sijbolts
Met dank aan Rabbi Tuvia Serber voor de inspirerende lessen, feedback en input.
Bronnen:
© Copyright, alle rechten voorbehouden. Als je dit artikel leuk vond, moedigen we je aan om het verder te verspreiden.
Onze blogs kunnen tekst/quotes/verwijzingen/links bevatten die auteursrechtelijk beschermd materiaal bevatten van Mechon-Mamre.org, Aish.nl, Sefaria.org, Chabad.orgen/of VraagNoah.orgdie we gebruiken in overeenstemming met hun beleid.